https://farid.ps/articles/eu_sanctions_erosion_legal_principles/nl.html
Home | Articles | Postings | Weather | Top | Trending | Status
Login
Arabic: HTML, MD, MP3, PDF, TXT, Czech: HTML, MD, MP3, PDF, TXT, Danish: HTML, MD, MP3, PDF, TXT, German: HTML, MD, MP3, PDF, TXT, English: HTML, MD, MP3, PDF, TXT, Spanish: HTML, MD, MP3, PDF, TXT, Persian: HTML, MD, PDF, TXT, Finnish: HTML, MD, MP3, PDF, TXT, French: HTML, MD, MP3, PDF, TXT, Hebrew: HTML, MD, PDF, TXT, Hindi: HTML, MD, MP3, PDF, TXT, Indonesian: HTML, MD, PDF, TXT, Icelandic: HTML, MD, MP3, PDF, TXT, Italian: HTML, MD, MP3, PDF, TXT, Japanese: HTML, MD, MP3, PDF, TXT, Dutch: HTML, MD, MP3, PDF, TXT, Polish: HTML, MD, MP3, PDF, TXT, Portuguese: HTML, MD, MP3, PDF, TXT, Russian: HTML, MD, MP3, PDF, TXT, Swedish: HTML, MD, MP3, PDF, TXT, Thai: HTML, MD, PDF, TXT, Turkish: HTML, MD, MP3, PDF, TXT, Urdu: HTML, MD, PDF, TXT, Chinese: HTML, MD, MP3, PDF, TXT,

EU-sancties en de erosie van fundamentele rechtsbeginselen:

Hüseyin Doğru is een journalist wiens werk zich heeft gericht op politiek gevoelige onderwerpen, waaronder verslaggeving over Palestina en Oekraïne. Zijn verslaggeving en publieke commentaren hebben aandacht getrokken van Europese autoriteiten, en hij is onderworpen aan beperkende maatregelen onder het EU-sanctiekader, specifiek Verordening (EU) 2024/2642 van de Raad, zoals gewijzigd (met name door Verordening 2025/965 die zijn opname weerspiegelt), betreffende acties die de Unie en haar lidstaten destabiliseren. Opmerkelijk is dat de heer Doğru niet is aangeklaagd voor een strafbaar feit, noch heeft een rechtbank vastgesteld dat hij het nationale of internationale recht heeft geschonden. De sancties die tegen hem zijn opgelegd zijn uitvoerende maatregelen, aangenomen buiten het kader van strafprocedures.

De publiekelijk geformuleerde beschuldigingen tegen de heer Doğru hebben geen betrekking op strafbaar gedrag, maar op beoordelingen van zijn werk en uitspraken als zijnde naar verluidt ongepast, schadelijk of ongewenst in het licht van de buitenlands- en veiligheidsbeleidsdoelstellingen van de Europese Unie. Deze beoordelingen zijn niet getoetst in een contradictoire gerechtelijke procedure, noch heeft de heer Doğru een voorafgaande hoorzitting gekregen voor een onafhankelijke en onpartijdige rechtbank. Desondanks hebben de opgelegde sancties onmiddellijke en ernstige gevolgen gehad.

Op 8 januari 2026 publiceerde de heer Doğru een dringend beroep op het sociale mediaplatform X, waarin hij verklaarde:

“DRINGEND: Vanaf nu heb ik GEEN toegang tot geld. Ik kan geen voedsel voorzien voor mijn gezin, incl. 2 pasgeborenen, door EU-sancties. Eerder kreeg ik toegang tot €506 om te overleven, wat nu ook ontoegankelijk is. Mijn bank heeft het geblokkeerd. De EU heeft de facto ook mijn kinderen gesanctioneerd.”

Deze verklaring beschrijft een situatie van totale financiële ontbering, inclusief het verlies van toegang tot fondsen die eerder waren toegestaan onder humanitaire vrijstellingen bedoeld om basisbehoeften te dekken. Volgens de heer Doğru heeft de blokkering van deze fondsen door zijn bank hem onmogelijk gemaakt om voedsel te kopen, huisvesting of medische kosten te betalen, of te voldoen aan de basisbehoeften van zijn gezin, inclusief twee pasgeboren kinderen.

Begin 2026 blijft de situatie van de heer Doğru onopgelost. Zijn beroep tegen de sancties in september 2025 werd afgewezen, en de aangehaalde bewijzen voor zijn opname bestaan uitsluitend uit zijn journalistiek en publieke commentaren. Er heeft geen derogatie of humanitaire vrijgave van fondsen plaatsgevonden, wat de aanhoudende en ernstige impact van deze maatregelen onderstreept.

Cruciaal is dat het volledige ontbreken van toegankelijke fondsen de heer Doğru ook onmogelijk maakt om juridische bijstand in te schakelen. Als gevolg daarvan ontbreekt het hem aan praktische middelen om juridisch advies te verkrijgen of gerechtelijke stappen te ondernemen tegen de opgelegde sancties. Hij is daardoor onderworpen aan ernstige beperkende maatregelen terwijl hij financieel niet in staat is om hun wettigheid aan te vechten. De waarborgen die formeel zijn ingebed in het EU-sanctiekader — juist ontworpen om dergelijke uitkomsten te voorkomen — zijn in dit geval niet effectief gebleken.

De situatie van de heer Doğru biedt een concreet en dringend voorbeeld van het bredere juridische probleem dat in dit essay wordt onderzocht: hoe EU-sancties, wanneer ze worden toegepast op een wijze die leidt tot totale ontbering, ontkenning van juridische verdediging en schade aan afhankelijke kinderen, ophouden te functioneren als wettige preventieve maatregelen en in plaats daarvan opereren als buitengerechtelijke straf, onverenigbaar met fundamentele constitutionele beginselen en mensenrechtenverplichtingen.

Ernstige materiële ontbering en onmenselijke behandeling

Een fundamenteel beginsel van het mensenrechtenrecht is de bescherming van de menselijke waardigheid. Maatregelen die een individu het vermogen ontnemen om basisbehoeften te vervullen — voedsel, huisvesting, gezondheidszorg en juridische bijstand — raken de kern van dat beginsel.

Artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) verbiedt onmenselijke of vernederende behandeling in absolute termen. Hoewel traditioneel geassocieerd met detentie of fysiek misbruik, erkent de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat door de staat opgelegde materiële ontbering, wanneer deze voldoende ernstig en voorzienbaar is, de drempel van artikel 3 kan bereiken. Een totale bevriezing van activa die een individu zonder enige toegang tot geld achterlaat, creëert omstandigheden die onverenigbaar zijn met de menselijke waardigheid, met name wanneer de ontbering langdurig en onvermijdelijk is.

Deze bezwaren worden versterkt wanneer sancties voorzienbaar afhankelijke kinderen treffen. Het internationale recht, inclusief het Verdrag inzake de Rechten van het Kind, vereist dat het belang van het kind een primaire overweging is in alle overheidsacties. Sancties die kinderen voedsel, onderdak of medische zorg ontnemen — zelfs indirect — vormen een vorm van collectieve straf. Dergelijke uitkomsten zijn noch toevallig noch onvoorzienbaar en betrekken daardoor de verantwoordelijkheid van de sanctionerende autoriteiten.

De juridische waarborgen ingebed in het EU-sanctiekader

Belangrijk is dat de onwettigheid van totale ontbering niet slechts een kwestie is van externe mensenrechtenkritiek; het wordt expliciet erkend binnen het EU-sanctiekader zelf. EU-verordeningen inzake activa-bevriezing bevatten routinematig bindende waarborgen die toegang tot fondsen toestaan voor:

Deze vrijstellingen zijn geen discretionaire humanitaire gebaren maar juridische vereisten, die de verplichtingen van de EU weerspiegelen onder het Handvest van de grondrechten, het EVRM en algemene beginselen van EU-recht zoals proportionaliteit en effectieve rechterlijke bescherming. Hun opname vormt een expliciete erkenning dat sancties individuen niet tot armoede mogen reduceren of hun vermogen om zich te verdedigen mogen belemmeren.

Falende waarborgen en de onwettigheid van totale ontbering

Wanneer, ondanks deze waarborgen, een gesanctioneerd individu achterblijft met nul toegang tot fondsen, inclusief eerder toegestane levensonderhoudstoeslagen, worden de sancties niet langer wettig toegepast. Een dergelijke situatie vertegenwoordigt een schending van de sanctieverordening zelf, niet slechts een ongelukkige administratieve uitkomst.

Als financiële instellingen of nationale autoriteiten toegang blokkeren tot vrijgestelde fondsen, is de resulterende ontbering juridisch toerekenbaar aan de staat en de EU-rechtsorde. De ontkenning van toegang tot fondsen voor juridische diensten is bijzonder ernstig: het recht op een effectief rechtsmiddel onder artikel 47 van het EU-Handvest vereist niet alleen formele toegang tot rechtbanken maar de praktische mogelijkheid om dat recht uit te oefenen. Een systeem dat een individu verhindert juridische bijstand te betalen, maakt elke betekenisvolle uitdaging van de maatregelen onmogelijk en transformeert rechterlijke toetsing tot een holle formaliteit.

Het falen van waarborgen is bijzonder ernstig wanneer kinderen worden getroffen. Het sanctiekader machtigt niet de uithongering of dakloosheid van minderjarigen. Wanneer vrijstellingen falen in dergelijke omstandigheden, worden de maatregelen onverenigbaar met het beginsel van het belang van het kind en met basisnormen van menselijke waardigheid.

Cruciaal is dat dit falen sancties berooft van hun geclaimde preventieve karakter. Preventieve maatregelen moeten beperkt, gekalibreerd en omkeerbaar zijn. Wanneer waarborgen instorten en ontbering absoluut wordt, verkrijgen sancties een dwingend en punitief karakter, functionerend als buitengerechtelijke straffen in plaats van wettige regulerende instrumenten.

Het recht op een eerlijk proces en effectieve rechterlijke bescherming

Een eerlijk proces is een hoeksteen van constitutionele democratie. Artikel 6 EVRM en artikel 47 van het EU-Handvest garanderen het recht op een eerlijk gehoor, het recht om op de hoogte te worden gesteld van beschuldigingen, en het recht op effectieve rechterlijke toetsing door een onafhankelijke en onpartijdige rechtbank.

EU-sanctieregimes schieten vaak tekort in deze vereisten. Individuen kunnen worden opgenomen door uitvoerende beslissing op basis van niet-openbare of vaag geformuleerde gronden, vaak gebaseerd op vertrouwelijke inlichtingen. Sancties treden doorgaans onmiddellijk in werking, terwijl rechterlijke toetsing — indien beschikbaar — pas plaatsvindt nadat ernstige schade al is toegebracht.

Wanneer individuen niet worden aangeklaagd voor een strafbaar feit en de procedurele waarborgen verbonden aan strafprocedures worden ontzegd, maar toch worden onderworpen aan gevolgen vergelijkbaar met strafrechtelijke sancties, schenden de sancties de essentie van een eerlijk proces. Deze “straf eerst, toets later”-structuur is fundamenteel onverenigbaar met de rechtsstaat.

Nullum poena sine lege en het voorzienbaarheidsprobleem

Het beginsel van nullum poena sine lege, verankerd in artikel 7 EVRM, verbiedt straf zonder vooraf bestaande wet en vereist dat juridische normen toegankelijk en voorzienbaar zijn. Individuen moeten vooraf kunnen begrijpen welk gedrag hen kan blootstellen aan punitieve gevolgen.

EU-sancties ondermijnen dit beginsel wanneer ze gedrag straffen dat niet illegaal is — zoals wettige journalistieke of politieke activiteit — of wanneer opnamecriteria zo vaag zijn dat individuen redelijkerwijs niet de gevolgen van hun acties kunnen voorzien. Hoewel sancties formeel worden gelabeld als “preventief”, geven hun ernst, stigmatisering en potentieel onbepaalde duur hen het substantiële karakter van straf.

Volgend op de beginselen vastgesteld in Kadi t. Commissie, eisen EU-rechtbanken dat sancties worden onderbouwd met bewijs en proportioneel zijn ten opzichte van het beoogde doel. In het geval van de heer Doğru roept de framing van wettige pro-Palestina-verslaggeving als “destabiliserend” (slechts zwak verbonden met bredere geopolitieke narratieven) ernstige proportionaliteitszorgen op.

Juridische classificatie kan niet de juridische realiteit overrulen. Maatregelen die functioneren als straf moeten onderworpen zijn aan de juridische beperkingen die straf regeren. Anders zou een van de fundamentele beschermingen tegen willekeurige macht worden uitgehold.

Vrijheid van meningsuiting en indirecte censuur

Wanneer sancties verbonden zijn aan journalistiek werk of politieke expressie, ontstaan aanvullende constitutionele schendingen. Artikel 10 EVRM en artikel 11 van het EU-Handvest beschermen de vrijheid van meningsuiting, met name politieke spraak en journalistiek, die een bevoorrechte positie innemen in een democratische samenleving.

Journalistieke activiteit geniet verhoogde bescherming, zoals weerspiegeld in Steel and Morris t. Verenigd Koninkrijk, met name bij verslaggeving over zaken van publiek belang. Financiële ontbering opgelegd door uitvoerend decreet kan dienen als een effectieve vorm van indirecte censuur. In tegenstelling tot strafrechtelijke vervolging vermijdt het publieke scrutiny en procedurele waarborgen terwijl het hetzelfde zwijgende effect bereikt. Een dergelijke inmenging kan niet worden gerechtvaardigd tenzij deze wettig, noodzakelijk en proportioneel is — criteria die niet worden voldaan wanneer sancties wettige expressie onderdrukken zonder rechterlijke vaststellingen van onrechtmatigheid en toegang tot rechtsmiddelen verhinderen.

Sancties als buitengerechtelijke straf

Samengenomen demonstreren deze elementen dat bepaalde EU-sanctieregimes opereren als buitengerechtelijke straf. Ze leggen ernstige en geïndividualiseerde schade op; ze zijn gebaseerd op vermeend wangedrag; ze omzeilen strafprocedures; en ze worden gehandhaafd zonder effectieve waarborgen of tijdige rechterlijke controle.

Het ontbreken van een strafrechtelijk label ontkent niet hun punitieve aard. Constitutioneel en mensenrechtenrecht beoordelen maatregelen op hun substantie en effect, niet op hun formele aanduiding. Wanneer sancties de gevolgen van strafrechtelijke sancties repliceren terwijl ze de waarborgen ontwijken die straf wettig maken, ondermijnen ze de scheiding der machten en eroderen ze de rechtsstaat zelf.

Conclusie

EU-sancties die leiden tot totale financiële ontbering, toegang ontzeggen tot wettelijk verplichte humanitaire en juridische-verdedigingsvrijstellingen, effectieve rechtsmiddelen belemmeren en voorzienbaar schade toebrengen aan afhankelijke kinderen, schenden fundamentele constitutionele en mensenrechtenbeginselen. Ondanks hun formele karakterisering als preventieve maatregelen functioneren dergelijke sancties in de praktijk als buitengerechtelijke straf — opgelegd zonder wet, zonder proces en zonder waardigheid. Als de Europese Unie trouw wil blijven aan haar fundamentele verbintenis tot mensenrechten en de rechtsstaat, moeten sanctieregimes onderworpen worden aan strenge substantiële en procedurele beperkingen, om te waarborgen dat geen individu wordt gestraft buiten de grenzen van een wettig gerechtelijk proces.

Referenties

Impressions: 47